Feuilleton: Engel-Oog (8)

ENGEL-OOG, pagina 8.

Op het juiste moment kwam Condoliza uit de keuken de kamer in. ‘Willen jullie koffie of thee na?’
Omdat “koffie of thee” bij Condoliza altijd betekent dat ze er zelf gebakken koekjes bij serveert was die vraag voor mij en Michael een inkoppertje. Manon wilde liever nog een glas witte wijn. Ik had niet bijgehouden of het haar tweede of derde fles was en vreesde voor het antieke tapijt dat Condoliza van haar moeder had gekregen.
Na de koffie en de schaal koekjes stond ik op en nam ik afscheid van mijn vrienden. Toen Manon me om de hals wilde vliegen kon ik haar net behoeden voor een smak op de grond. Ze brabbelde wat onsamenhangende woorden in mijn oor en omdat ze niet op haar benen kon blijven staan zeeg ze neer op haar stoel. Ik kreeg bijna medelijden met haar.
‘Die vrouw is niets voor jou,’ zei Condoliza berustend bij de voordeur.
‘Dat had ik de eerste seconde al gezien,’ antwoordde ik glimlachend.
‘Het spijt me.’
‘Waarvoor? Ik heb een gezellige avond met jou en Michael gehad. Hoe komt Manon thuis? Ze heeft veel te veel gedronken om nog auto te rijden.’
‘Dat regelt Michael wel. Ik wens je een goede vlucht en laat wat horen als je in Boekarest bent. Dat zou Michael leuk vinden. Ik zorg voor je huis, als altijd.’
‘Maar kom niet in mijn…’
‘Nee, ik zal niet in jouw werkkamer komen, ik weet het. Ga maar snel voordat ze door heeft dat je weg gaat. Tot gauw weer Fred. Pas goed op jezelf.’ Ze gaf me een paar zoenen op mijn wang en duwde me liefdevol de deur uit.
Zes dagen later was ik in Dubai. Ik liet de sjeik een gelikte film van het nieuwbouwproject zien, boog en glimlachte naar zijn gevolg tot ik er bijna kramp van kreeg, en verkoos om de dag erna een rit met een fourwheeldrive door de woestijn te maken. Alleen met een “Engelssprekende” chauffeur die geen woord Engels kende kwam ik tot de rust die ik zocht om verder in het boek te gaan lezen. Ik zat op een hoge zandduin terwijl de Arabier een Ikea-barbecue in elkaar zette om het vacuüm gesealde kamelenvlees te roosteren. Hoe simpel en eenvoudig kan het leven soms zijn. Ik pakte het boek uit mijn tas, blies het zand weg tussen de pagina’s en begon te lezen waar ik de vorige keer was gebleven.
“Ook de buurman kreeg geen toon uit de fluit. ‘Hij is vast behekst,’ gromde hij. Voordat Joachims moeder hem kon tegenhouden brak hij de fluit in twee stukken. ‘Zien we elkaar weer gauw?’ vroeg de man aan haar en gaf haar een zoen in haar nek?
Ze knikte en keek toe hoe hij de twee stukken fluit in het varkenskot wierp. Misschien had haar buurman gelijk en was het beter zo. Ze wilde niet dat haar zoon behekst zou worden.
Joachim was ontroostbaar toen hij zijn fluit niet kon terug vinden. Overal in huis had hij gezocht en ook zijn moeder had mee gezocht. De jongen at die avond niets en ook de volgende ochtend wilde hij geen boterhammen mee naar school nemen.
Zijn moeder had spijt dat ze de buurman had toegestaan de fluit stuk te maken. Wat moest ze doen om haar zoon weer te zien lachen? Ze durfde het voorval niet aan haar man te vertellen, bang dat haar verhouding met de buurman uit zou komen. Ten einde raad ging ze bij de buurman langs toen haar man weer naar de koeien was. ‘Koop dan een andere fluit,’ was de laconieke reactie van de buurman en wilde haar al mee trekken naar zijn slaapkamer. Ze zei dat ze geen tijd had en haastte zich naar het dorp. Gelukkig had de meubelmaker een paar fluiten in zijn winkel en dolblij met haar koop toog ze naar huis, net op tijd voordat Joachim van school thuis kwam. Bij het avondeten haalde ze de fluit tevoorschijn en gaf hem aan haar zoon met de woorden: ‘Ik heb hem gevonden bij het vegen van de vloer. Hij was onder de kast gerold.’
Joachim keek een paar seconden naar de fluit en zei toen: ‘Dat is niet mijn fluit.’ Sip schoof hij de fluit van zich af.
‘Jawel hoor,’ loog zijn moeder die probeerde haar rood wordende gezicht af te wenden.
‘Hoe komt hij aan die fluit?’ vroeg haar man die het tafereel had gadegeslagen.
‘Die heeft hij van de oude man bij de rivier gekregen,’ zei ze. ‘Hij was hem kwijtgeraakt en vandaag vond ik hem weer.’
‘En wat zeg je dan tegen jouw moeder?’ vroeg hij dreigend aan zijn zoon.
Joachim zei niets en dat leverde hem een vuistslag tegen zijn hoofd op. De jongen huilde niet zoals anders en keek zijn vader slechts aan. Dat maakte de vader nog kwader en die haalde nog een keer uit. Bloedend uit zijn oor vluchtte Joachim naar zijn plek op de hooizolder.
‘Je brengt die fluit terug naar die oude man,’ zei de vader tegen zijn vrouw en stond op van de tafel. ‘Ik ga de koeien in de stal brengen en laat Nero bij ze waken. De wolven zijn weer in de buurt.’
De volgende dag ging Joachims moeder naar de oude man bij de rivier en gaf hem de fluit.
‘Die fluit heb ik niet gemaakt mevrouw. U moet zich vergissen. Mijn fluiten zijn anders dan die u mij toont.’
‘Dit is uw fluit zei Joachim.’
‘Blaast u eens op de fluit?’
Niet begrijpend waarom ze dat moest doen nam ze de fluit en blies er een paar tonen uit. ‘Ziet u, hij doet het gewoon,’ zei ze glimlachend. ’Joachim zei me dat ik u de fluit moest terugbrengen, hij vond het zo zielig dat u geen fluit meer hebt.’
Hij keek haar enkele seconden aan en zei toen: ‘De fluiten die ik maak kunnen alleen door eerlijke mensen worden bespeeld.’ Zonder op haar antwoord te wachten trok hij zich terug in zijn rieten hut.”

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (7) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (9)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen