Feuilleton: Engel-Oog (7)

ENGEL-OOG, pagina 7.

Diezelfde avond kleedde ik me om en trok een schoon overhemd en een blauw pak aan, je kon nooit weten of de vrouwelijke gast van Condoliza en Michael mijn type was. Ik zei wel tegen iedereen dat ik geen vrouw zocht en dat ik liever alleen bleef, maar de mannelijke hormonen waren mij soms helaas de baas.
Manon viel me direct tegen. Condoliza had me met opzet naast haar aan tafel gezet. Een “manager in food” zoals ze zichzelf noemde met te dunne benen, te druk, te veel opgemaakt en vooral te veel bezig een goede indruk op mij te maken. Niet dat ze lelijk was. Ik wilde er best een keer mee naar bed, maar dan wilde ze natuurlijk een lat-relatie of, erger nog, bij me intrekken. Dus hield ik de boot af, ik koesterde mijn vrijheid.
Condoliza had een Mexicaanse stoofpot met konijn gemaakt: pittig en lekker. Manon vond het zoals was te verwachten te scherp. Ze nam voor de vorm een paar happen en liet zich door Condoliza flink wijn inschenken. Haar tong werd steeds losser en de business-dame veranderde in een half uur tijd in een vervelende gescheiden-maar-zeker-niet-zielig-en-niet-op-zoek-maar-gevonden-willen-worden-vrouw. Haar schaterlach werd met de minuut luider, wat zelfs bij Condoliza tot opgetrokken wenkbrauwen leidde.
Aan het eind van het hoofdgerecht ging het gesprek over reizen en vakanties. Manon somde haar hele reis-C.V. op. Ze was “overal geweest” maar wist op vragen van mij van het land en de mensen amper iets te vertellen. Drie weken aan het strand van Kuta Bali betekende niet dat je de Balinese cultuur hebt gezien. Ik ergerde me dood aan haar gepoch. Dat ik als ingenieur alle hoeken en gaten van de wereld heb gezien en er soms maanden heb gewerkt wilde ik haar niet vertellen, ik wilde haar zorgvuldig geconstrueerde imago niet aan diggelen slaan.
Om voor heel even van haar geblaat af te zijn nam ik het boek uit mijn tas en gaf die aan Michael. ‘Heb jij dit boek toevallig ooit gelezen?’ vroeg ik. ‘Het is een boek uit Roemenië.’
‘Uit Roemenië?’ Hij bekeek nieuwsgierig de kaft en het schutblad en bladerde aandachtig door de pagina’s. ‘Het is een oud boek. Hoe kom je er aan?’
‘Van de bibliotheek.’
‘Engel-Oog? Nooit van gehoord. Als het vertaald is in het Nederlands zou de schrijver toch bekend moeten zijn? Ik ken veel schrijvers uit mijn land en heb veel boeken gelezen maar dit boek ken ik niet. Heel raar dat er geen naam van de schrijver bij staat. De uitgever Yagmeni Publicatji zegt me ook niets, wel een uit Boekarest staat er.’
‘Wat ik graag wil weten, is de naam van de schrijver.’
Manon trok me aan mijn mouw en wankelde bij het opstaan uit haar stoel. ‘Ik ga even naar het kleine huisje,’ giechelde ze.
‘Heb je op internet gezocht?’ vroeg Michael onverstoorbaar.
‘Ja, daar kan ik niets vinden. Michael, er is iets vreemd met dit boek. Ik moest naar een dorp in Drenthe om het op te halen, en die bibliothecaris deed er een beetje geheimzinnig over. Voor in het boek staat een taal die ik niet kan thuisbrengen. Is dat Roemeens? Kijk maar. Ja, in de binnenkaft. Nee? Het is vast een grap van iemand zeker. Nou, en gisterenavond stond er opeens een oud vrouwtje voor mijn deur. Ze zei dat ze Roemeense was, noemde de titel van het boek en waarschuwde me. Hoe ze van het boek af wist en waarvoor ze me wilde waarschuwen is me een raadsel?’
Condoliza zette vier glazen schaaltjes frambozen-bavaroise-pudding op tafel en wachtte tot Manon terug kwam.
‘Dat is inderdaad heel bizar,’ vond Michael. ‘Heb je haar naam gevraagd?’
‘Nee, ze liep meteen weg toen ze me had gewaarschuwd.’
‘Was het een zigeunervrouw?’
‘Ja, daar leek ze op.’
Manon kwam weer aan tafel zitten en dook uitgehongerd op de bavaroise-pudding. Wij begonnen ook aan ons nagerecht en even was alleen het getik van lepels op glas te horen.
Michael keek me nadenkend aan. ‘Je gaat binnenkort toch naar Dubai? Waarom ga je op de terugreis niet langs Boekarest?’ vroeg hij. ‘Misschien kunnen ze je daar helpen?’
‘Dat zou een mogelijkheid zijn,’ peinsde ik hardop. ‘Ik spreek alleen de taal niet. Wil jij niet mee gaan? De sjeik vergoedt de reis wel.’
‘Ik zou best met je mee willen gaan maar ik heb mijn handen vol aan de badkamer van mijn zwager. Dat moet af voordat de winter komt. Mijn nicht woont in Boekarest. Ik kan haar wel bellen dat je komt. Dan kan je haar als tolk gebruiken.’
‘Waar hebben jullie het over?’ vroeg Manon met haar mond vol.
‘Over zigeuners,’ kapte ik haar af.
‘Oh, dat zijn van die vieze mensen! Ik was een keer in Montenegro en toen ben ik bijna aangerand door zo’n type. Hij zat me aan te kijken met die geile ogen van hem en likte met zijn tong langs zijn lippen. Hij…’
Op het juiste moment kwam Condoliza uit de keuken de kamer in. ‘Willen jullie koffie of thee na?’

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (6) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (8)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen