Feuilleton: Engel-Oog (6)

ENGEL-OOG, pagina 6.

Ze leek me niet te horen en liep snel weg op haar korte beentjes. Ik aarzelde maar besloot haar niet achterna te lopen op mijn sloffen. Ze verdween in het donker en ik sloot de deur, me afvragend wat haar bezoek te betekenen had. Van lezen kwam niets meer dus ik ging mijn bed in. Het boek en de Roemeense voor mijn deur bleven me door het hoofd spoken tot ik in de vroege ochtend in slaap viel.
De volgende dag werkte ik mijn bouwtekeningen uit, deed mijn bankzaken en kocht via internet een around-the-world-ticket naar Dubai. De sjeik betaalde al mijn kosten, inclusief de reiskosten. Of ik daarvoor via Nieuw-Zeeland reisde maakt hem niets uit, als zijn project maar in recordtijd af kwam. Ik had in de middag de tijd voor mezelf en pakte het boek weer van de tafel.
“Toen de jongen naar school ging kwam hij op een middag niet thuis om brood te eten.
‘Waar is Joachim?’ vroeg zijn moeder aan de buurjongen die altijd met hem naar school liep.
‘Joachim is bij de oude man,’ antwoordde de jongen.
‘Welke oude man?’
‘Die in de hut bij de rivier woont.’
Joachims moeder wist over wie hij het had. Sinds ze met haar echtgenoot in het dorp was komen wonen zat de man daar. Hij was een kluizenaar die sinds jaar en dag in een armoedige hut bij de dode rivierarm woonde. Hij had met niemand uit het dorp contact en leefde van vis en bosvruchten. Zo heel af en toe zag men hem tussen de bomen van het bos zitten, peinzend in het niets starend. Hij was niet gek en geen wildeman dus men liet hem daar met rust in zijn hutje. Wat moest Joachim bij die oude man?
Ze besloot het zelf te gaan uitzoeken en liep het bergpad af naar de rivier. Omdat ze in geen tijden aan die kant van het dorp was geweest, kostte het haar moeite het pad naar de zijtak van de rivier te vinden. Daar aangekomen kon ze, verscholen achter het hoge riet op de oever, de hut zien liggen. Haar zoon zat op een krukje bij het water. Ze wilde hem net roepen toen de oude man opeens uit de hut kwam. Hij had een fluit in zijn handen, ging naast Joachim zitten en begon te spelen. Vol bewondering luisterde ze naar de melancholische melodie. Ze sloot een moment haar ogen. Het lied deed haar denken aan heel vroeger, toen ze als meisje naar de markt ging om eieren en appels te kopen. Alsof ze er weer terug was kon ze de geur van de fruitkramen ruiken, de stemmen van de marktlieden horen en de warmte van de najaarszon op haar blote armen voelen. Een kip kakelde, een paard hinnikte en schraapte met zijn hoef over de stenen. Een marktkoopman raakte haar arm aan en verschrikt deed ze haar ogen open: het was een rietstengel die haar arm raakte.
De oude man was gestopt met spelen en gaf Joachim de fluit. Deze glimlachte naar de man, stond op en liep naar het pad. Zijn moeder ging achter een boom staan en wachtte tot haar zoon voorbij gekomen was. Pas na een paar minuten volgde ze hem naar huis.
Op haar vraag waarom hij zo laat thuiskwam antwoordde hij dat hij bij de rivier was geweest en dat hij van een aardige man een fluit had gekregen. Hij liet haar de fluit zien en zei dat hij er op wilde leren spelen. Hij at zijn brood snel op, legde de fluit op de tafel en ging weer naar school.
Zijn moeder bekeek de fluit en probeerde er op te spelen. Hoe ze ook probeerde, er kwam geen toon uit. Boos legde ze hem terug op de tafel. Toen ze de buurman aan zag komen lopen vergat ze de fluit op slag. Ze gingen samen naar het kamertje achterin, zoals ze vaker deden als haar man bij de koeien was.
Even later dronken ze samen een beker bier en zag de buurman de fluit. ‘Hoe kom je daar aan?’ vroeg hij en pakte hem op.
‘Die heeft Joachim van de oude man bij de rivier gekregen,’ zei ze.
Hij lachte. ‘Van die oude gek!?’
‘Probeer jij er eens op te spelen? Mij lukt het niet.’
Ook de buurman kreeg geen toon uit de fluit. ‘Hij is vast behekst,’ gromde hij. Voordat Joachims moeder hem kon tegenhouden brak hij de fluit in twee stukken. ‘Zien we elkaar weer gauw?’ vroeg de man aan haar en gaf haar een zoen in haar nek?
Ze knikte en keek toe hoe hij de twee stukken fluit in het varkenskot wierp. Misschien had haar buurman gelijk en was het beter zo. Ze wilde niet dat haar zoon behekst zou worden.”

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (5) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (7)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen