Feuilleton: Engel-Oog (5)

ENGEL-OOG, pagina 5.

Ik nam een slok thee en sloot het boek. Ik moest naar mijn werk toe. Misschien had ik in de avond tijd om verder te lezen.
Mijn werkdag was lang en vruchtbaar. Ik kreeg het bericht uit Dubai dat ik met de projectontwikkelaar en de sjeik die het betaalde de laatste details moest komen bespreken. Ik had lang op die bevrijdende e-mail gewacht. Een bouwproject ingaan is een, er weer uitkomen is twee. Gelukkig was de sjeik ter plaatse me vanaf het begin goed ter wille, waardoor er aan geld in ieder geval geen gebrek was. Dat is in deze tijden van stilliggende bouwbedrijvigheid een zegen kan ik je zeggen. Omdat het al de week er op was, moest ik de door mijn co-partner gemaakte videopresentatie opsnorren, en dat was goed zoeken in mijn video-archief. De sjeik wilde in mooie “echte beelden” verleid worden, aan driedimensionale computertekeningen, mijn specialisatie, had hij niets zo verzekerde de projectontwikkelaar me toen ik de eerste keer met mijn 3D kwam aanzetten.
Pas laat in de avond was ik weer thuis en had ik tijd om in het boek verder te lezen, ware het niet dat Condoliza, mijn schoonmaakster, me opeens belde en vroeg of ik morgenavond bij haar en haar man wilde komen eten. Ze had een vriendin van haar uitgenodigd die mij graag wilde ontmoeten, dus ik moest komen zei ze. Ik heb haar een paar keer gezegd dat ik geen nieuwe vrouw zoek, maar dat gaat er bij een Latijns-Amerikaanse natuurlijk niet in. Een avond niet zelf je potje hoeven te koken, Condoliza overigens kookt heerlijk, en een goed gesprek met Michael, haar man, leek me best leuk, dus stemde ik in. Ik nam me voor het boek mee te nemen. Per slot van rekening was hij een Roemeen en misschien kende hij het boek wel.
Toen ik de hoorn op de haak had gelegd en met mijn boek wilde gaan zitten ging de deurbel. Wie kon dat nu weer wezen? Mopperend om zo weinig privacy op de late avond deed ik de deur open. Een kleine vrouw in klederdracht en met een sjaal om haar verwarde haren stond op de stoep en keek me vorsend aan. De straat was leeg, ze was alleen.
‘Ja, wat wilt u?’ vroeg ik haar.
‘U meneer van Vlieten?’ vroeg ze in gebroken Nederlands.
‘Dat ben ik. Ik weet niet waar u voor komt, maar ik doe niet aan goede doelen of aan inzamelingsacties voor een weeshuis in Bulgarije,’ legde ik haar uit, denkende dat ze daarvoor was gekomen.
‘Ik kom niet Boelgaria. Ik kom Roemania. Ik kom waarschuwen u.’
Ik glimlachte. Een waarzegster. Die had ik sinds mijn jeugd niet meer gezien. Ik dacht dat het beroep was uitgestorven. ‘Nou, waarvoor wil u mij waarschuwen?’ vroeg ik monter.
‘Engel-oog,’ zei ze en maakte met haar handen een bezwerend kruis.
‘Wat is daarmee?’ wilde ik weten, plotseling gegrepen door het toeval dat het boek zo heette.
‘Kan niet zeggen. Ik kom waarschuwen u.’ Ze leek opeens zenuwachtig.
‘Hoe weet u van het boek?’ vroeg ik, maar ze draaide zich al om. ‘Wacht u toch! Wilt u misschien wat drinken!’
Ze leek me niet te horen en liep snel weg op haar korte beentjes. Ik aarzelde maar besloot haar niet achterna te lopen op mijn sloffen. Ze verdween in het donker en ik sloot de deur, me afvragend wat haar bezoek te betekenen had. Van lezen kwam niets meer dus ik ging mijn bed in. Het boek en de Roemeense voor mijn deur bleven me door het hoofd spoken tot ik in de vroege ochtend in slaap viel.

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (4) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (6)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen