Feuilleton: Engel-Oog (3)

ENGEL-OOG, pagina 3.

Zijn ogen bewogen constant heen en weer en leken de omgeving af te speuren. ‘Komt u binnen,’ zei hij snel na onze begroeting.
Via een deur achter in de bibliotheek kwamen we in een kleine smalle kamer. Het leek wel een toren, zo hoog waren de muren. Van onder tot boven waren ze met boekenkasten bedekt. Het rook er muf en droog en het leek alsof er de laatste twintig jaar niet meer was gepoetst. Ik keek mijn ogen uit bij het zien van de honderden boeken die er in gepropt stonden. Tussen de boeken stonden bordjes met de naam van het onderwerp. Ik zag “esoterie”, “heksen”, “meetkunde” en “quantum-mechanica” voorbij komen toen ik mijnheer Potjes volgde naar een tafeltje en twee stoelen in de hoek. Op uitnodiging van mijn gastheer ging ik op een stoel zitten en keek omhoog langs de kasten naar het plafond. Op het witte kalk was een groot oog met aan weerszijden een vleugeltje geschilderd.
‘Dit is een bibliotheek in een bibliotheek,’ begon mijnheer Potjes. ‘De boeken die hier staan krijgen de meeste lezers nooit te zien,’ zei hij, mijn blik volgend. ‘Het zijn speciale boeken die zelden het daglicht zien. Ze worden hier al meer dan tweehonderd jaar bewaard en ik ben verantwoordelijk voor de conservatie en uitlening. Veel boeken worden er uit deze bibliotheek niet uitgeleend. U bent de eerste in meer dan vier jaar die een boek uit deze collectie heeft gereserveerd.’ Hij keek me een paar seconden aan en vroeg toen: ‘Mag ik u vragen waarom u uitgerekend dit boek, Engel-Oog, wilt lezen?’
‘Het lijkt me een mooi boek,’ antwoordde ik plompverloren, niet wetend wat ik zo snel moest antwoorden. Ik vond de vraag vreemd maar zocht er verder niet veel achter; een bibliofiel als hij wil graag alles weten was mijn eerste gedachte.
‘Ik zie dat mijn vraag u verrast en dat u daarom zo een nietszeggend antwoord geeft,’ zei hij kortaf. ‘Een boek mooi vinden op basis van een kaft en de tekst kan namelijk niet. Ik wil u niet bruuskeren, maar ik moet weten of het boek bij u in goede handen is, en daarvoor heb ik een passend antwoord nodig. Niet iedereen die een boek uit deze bibliotheek reserveert krijgt hem mee.’ Hij pakte een dik zwart boek, tikte er met zijn vinger op en zei: ‘Uw antwoord moet ik noteren in dit boek. Ik vraag u dus nogmaals: waarom wilt u dit boek lezen?’
‘Ik wil weten wie of wat Engel-Oog is”, zei ik.
‘Weet u het zeker?’ vroeg hij.
‘Ja.’
Hij knikte. Mijn antwoord leek hem afdoende want hij opende het boek en schreef met een vulpen – van hetzelfde merk als ik bij Deelenboek had gekocht – mijn antwoord op. Hij blies de inkt droog en klapte het dikke boek dicht. ‘Ik zal het voor u pakken.’
Hij stond op, pakte een ladder en klom naar de twintigste plank waar hij met trefzekerheid het boek uit nam. ‘U mag dit boek drie weken lenen, dan moet u het hier terugbrengen,’ zei hij toen hij mij het boek overhandigde. ‘Zult u zich daar aan houden?’
‘Ja meneer Potjes. Ik zal hem u terugbrengen.’
Nadat we het kamertje hadden verlaten en de bibliotheek waren doorgelopen gaf hij me buiten ter afscheid een hand.
‘Moet u geen datumstempel in het boek zetten?’ vroeg ik
‘In deze boeken mogen geen stempels worden gezet. En ik denk dat ik u op uw woord kan vertrouwen dat u het mij terug brengt.’
‘Dat kunt u zeker,’ antwoordde ik.
Toen ik de autosleutel in het slot stak en achter me keek was mijnheer Potjes verdwenen.

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (2) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (4)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen