Feuilleton: Engel-Oog (2)

ENGEL-OOG, pagina 2.

Ik deed de brief in een enveloppe en verstuurde hem per post. Na een week kreeg ik antwoord van mijnheer Potjes. In het handschrift van een kantoorklerk schreef hij me dat ik op … om 12 uur in de middag bij de bibliotheek in Veenendorp kon komen, “stipt op tijd graag en zonder iemand ervan te verwittigen dat u hier naartoe komt.”
De dag van de afspraak was twee weken later dus ik legde de brief in het laadje overige correspondentie op mijn bureau. Ik gebruik voor mijn steeds minder wordende geschreven post een ouderwets en verkleurd zwart plastic ladenkastje, ooit gekregen van mijn ex-vrouw. Als bouwkundig ingenieur kan ik me geen losliggende brieven, papieren en contracten veroorloven. Van mij mogen ze de papieren post direct afschaffen. Ik doe alles met de computer, I-pad en smartphone: mijn werk, de krant lezen, contact houden met mijn twee kinderen, brieven en contracten versturen, ja wat niet?. Ik zou niet zonder die apparaten kunnen, ik zou me onthand en hulpeloos voelen. Het enige wat ik nog van papier lees zijn boeken. Het lezen van een boek op mijn e-reader vind ik helemaal niets. Ja, op sommige terreinen ben ik erg ouderwets.
Ik was zo opgeslokt door de tijd die ik in een groot project in Dubai stak, dat ik de afspraak compleet vergat. Het was een geluk dat mijn schoonmaakster me op de dag voor de ontmoeting bij het opruimen van mijn kantoor vroeg of ze de oude papieren in het ladenkastje mocht weggooien. Ze had de brief van mijnheer Potjes in haar hand toen ze met de vraag bij me kwam. Ik heb haar al zo vaak gezegd dat ze uit mijn werkkantoor moet blijven. Het stof dat er ligt vind ik niet zo erg, niemand anders dan ik komt in die kamer.
Condoliza is een lieve meid maar ze snapt me niet altijd. Ze is vier jaar geleden uit Bolivia naar hier verhuisd en beheerst het Nederlands nog steeds niet. Haar man, een Roemeense bouwvakker door wie ik aan haar ben gekomen, schijnt zich er niet druk om te maken dat zijn vrouw amper twee volzinnen achter elkaar kan zeggen. Als het eten maar op tijd en warm op zijn tafel staat.
Deze keer kon ik niet anders dan haar bedanken voor haar opruimwoede. Ik verzette een zakenlunch met een projectontwikkelaar en toog de volgende ochtend met de brief in mijn binnenzak naar Veenendorp. Het was twee uur en een kwartier rijden vanuit Rotterdam dus ik moest op tijd weg. Gelukkig was ik na de files vertrokken en tien minuten eerder dan routenet.nl aangaf reed ik het dorp binnen.
Mijnheer Potjes stond me al op te wachten. Hij was een kleine man met een kaal hoofd en een zwarte bril op zijn mopsneus. Hij droeg een bruin pak dat mijn vader zaliger waarschijnlijk mooi had gevonden en Condoliza zou de stropdas ongetwijfeld als poetslap gebruiken. Ik liet mijnheer Potjes niet merken wat ik van zijn confectiepak vond, je moet de mensen in hun waarde laten. Ik gaf hem een hand en stelde me aan hem voor.
Zijn ogen bewogen constant heen en weer en leken de omgeving af te speuren. ‘Komt u binnen,’ zei hij snel na onze begroeting.

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (1) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (3)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen