Feuilleton: Engel-Oog (17)

ENGEL-OOG, pagina 17.

‘En wat gebeurt er nu?’ mengde Michael zich in het gesprek.
Dieter draaide zijn hoofd naar hem toe. ‘Jullie moeten morgen het land uit gaan. Nu ze jullie op het spoor zijn, is er weinig tijd.’
‘Ik ben een Roemeen,’ zei Michael, alsof hem dat legitimiteit gaf in te gaan tegen Dieters waarschuwing.
‘Des te meer reden er vaart achter te zetten,’ zei Dieter kalm. ‘De politie is zo corrupt als de pest en zal een landgenoot eerder vinden. Ik zal drie vliegtuigtickets regelen voor het eerste vliegtuig naar Berlijn morgenochtend. Een van onze mensen zal jullie daar van het vliegveld halen. Er wordt een onderduikadres voor jullie geregeld. Jullie zullen daar een paar dagen verblijven, tot er verdere orders komen.’
‘Ik ga niet een paar dagen in Berlijn zitten!’ brieste Condoliza. ‘Ik ga morgen terug naar Amsterdam. Ik heb drie gezinnen waar ik schoonmaak. Zij rekenen op mij. Wie denk je dat je bent, dat je mij kan bevelen wat ik moet doen?’
Dieter leek niet onder de indruk van haar woorden. ‘Door jouw vriend te helpen, ben je medeplichtig geworden. De Orde van de Veer rekent op je.’
Ze stond met een ruk op van haar stoel. ‘Die orde kan me de pot op! Ik heb in Bolivia genoeg meegemaakt om te weten hoe ik met de drugsmaffia moet omgaan. Hoe heet die maffiaclub? ’
‘Het is geen maffiaclub die ons bedreigt. Het is de Zwarte Pen. Ze is rücksichtslos. De drugsmaffia in Bolivia zijn kleine jongens vergeleken bij hen. Wil je blijven leven?’
Condoliza leek zijn waarschuwingen niet te horen. ‘En wie betaalt mijn rekeningen? De Orde van de Veer? Michael! Zeg jij dan wat!’
‘Ik denk dat deze man de waarheid spreekt en dat we hem moeten vertrouwen,’ zei Michael.
‘Sinds wanneer vertrouw jij een wildvreemde? Een Duitser notabene? ’
Dieter stond op. ‘Fred,’ zei hij tegen mij, ‘neem jouw vrienden morgen mee naar Berlijn. Als ze terug gaan naar Amsterdam, zijn ze ten dode opgeschreven. Neem het boek en het Engel-oog mee en lees het boek. Dan weet je wat Spinoza heeft geschreven.’ Hij trok zijn jas aan en vroeg ons om hem naar buiten te volgen.
Condoliza bleef tegensputteren toen ze achter ons drieën aan naar de straat liep.
God zij met jullie,’ zei Dieter. Hij gaf mij en Michael een hand en maakte een korte hoofdknik naar Condoliza.
De hele weg terug naar het hotel bleef Condoliza over de situatie foeteren. Michael wist haar uit het hoofd te praten naar de politie te gaan. Mensen keken naar haar en dachten dat ze krankzinnig was. We aten tot ongenoegen van Michael in het hotel.
‘Fred, dit zint me helemaal niet,’ zei Condoliza. ‘Wie weet is die Orde van de Veer ook maffia en gebruiken ze ons als drugskoerier. Gooi dat boek weg en we gaan morgen naar Amsterdam.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Ik heb beloofd hen te zullen helpen.’
‘En als ze ons overhoop willen schieten?’
‘Het zijn goede mensen. Ik heb geen reden te denken dat het een misdadige organisatie is. En laat ons nu verder gaan met eten. Morgen moeten we er vroeg uit.’
Condoliza bleef tegen mij en Michael tieren en liet haar eten koud worden.
Een kelner kwam bij onze tafel en vroeg Condoliza of ze wilde kalmeren, omdat hij anders genoodzaakt was haar uit de eetzaal te zetten. Pas toen bedaarde ze wat en at met lange tanden haar bord leeg. Toen we de sleutel bij de balie haalden om naar onze kamers te gaan, schoof de gerant ons drie vliegtickets toe. De vertrektijd was om half negen van Gate 4B.

Om kwart over zeven in de ochtend reed een taxi ons naar het vliegveld. We waren drie straten van ons hotel vandaan toen de chauffeur langzaam ging rijden. ‘Car accident’, zei hij verontschuldigend en wees naar een man die op straat lag. De slipsporen van de banden waren zichtbaar op het asfalt. Van de auto die hem had aangereden was geen spoor. Pas toen we op aangeven van een politieman langs de dode man reden, zagen we het gezicht: het was Dieter.
De vlucht naar Berlijn was kort en Condoliza zei niets gedurende de reis. Toen ze naar het toilet ging, vroeg ik aan Michael hoe hij haar zo mak had gekregen.
‘Ik weet wel hoe ik haar moet aanpakken,’ glimlachte hij. ‘En het pilletje in haar glas wijn gisteren heeft ook geholpen.’
Op het vliegveld van Berlijn stapte een man met een witte veer op zijn blauwe pak naar voren uit het wachtende publiek. ‘Fred van Vlieten?’ vroeg hij.
Ik knikte.
‘Volg mij. De auto staat voor jou en jouw vrienden klaar.’

Wordt vervolgd.

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog (16) WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (18) Nu: Thuispagina

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen