Feuilleton: Engel-Oog (1)

ENGEL-OOG, pagina 1.

Omdat een boek met de titel “Engel-oog” in mijn bibliotheek in Zwolle niet te verkrijgen was moest ik hem lenen via een vestiging in het verre Drenthe, de mooie provincie waar de witte wieven wonen.
Er ging een week voorbij na de reservering en daarna nog eens een week. Ik ging verontrust naar mijn bibliotheek en sprak een medewerkster aan. “Het boek is onvindbaar,” was haar antwoord na een minutenlange zoektocht op haar computer en een telefoontje naar de afdeling vermiste boeken. “We hebben de hoofdvestiging in Assen gebeld maar ze weten niet waar het boek is gebleven. Het laatst is het door iemand gereserveerd in Veenendorp.” Het boek leek dus spoorloos verdwenen te zijn tussen de stoffige boekenplanken van een klein dorpsbibliotheekje. Wat nu? Ik wilde graag dat boek lezen. De vrouw achter de balie zag mijn puzzelende blik en zei: “U kunt misschien een brief sturen naar de bibliotheek van Veenendorp, want e-mail en telefoon hebben ze daar niet. U adresseert de brief aan mijnheer Potjes. Hij weet waar alle boeken staan en zal u vast verder kunnen helpen.”
Ik besloot haar raad op te volgen. Soms doe je dingen die je tegenstaan maar waarvan je weet dat ze gedaan moeten worden. Er was echter een probleem. Omdat ik in deze digitaal geworden wereld al jaren geen brief meer op papier had geschreven, moest ik eerst een schrijfblok en een goede vulpen bij Deelenboek kopen. Ik ga daar altijd heen omdat ze er de mooiste en beste boeken hebben, je kent de winkel vast wel. De verkoper nam me mee naar de afdeling schrijfgerei en legde een paar vulpennen voor me neer. De grote keuze tussen de verschillende pennen was lastig maar de verkoper had geduld. Toen ik op zijn vraag waarom ik in deze tijd nog een vulpen wilde kopen antwoordde dat ik een brief aan een dorpsbibliotheek in Drenthe moest schrijven, glommen zijn ogen opeens.
“Mag ik weten wat de naam is van het dorp?” vroeg hij.
Ik zei het hem en hij boog zijn hoofd alsof hij op audiëntie was bij de Paus.
“Mijnheer Potjes, juist ja. Dan moet u zeker een goede vulpen nemen. Voor dat doel heb ik er nog een in de kast achterin liggen. Wacht u hier even, dan haal ik hem voor u.”
Ik wachtte een paar lange minuten en vroeg me af of het wachten wel de moeite was. Misschien moest ik de wens het boek te willen lezen maar laten varen. Er waren immers duizenden boeken die ik kon lezen, dus waarom juist voor dit boek kiezen?
Ik stond op het punt te vertrekken toen de man opeens weer terug kwam. Hij nam een verzilverde vulpen uit het jaar nul een versleten bruin schildpad-lederen doosje. Ik dacht dat hij me in de maling nam en zei dat ik niet zo een oude pen wilde hebben. ‘U moet deze nemen, vertrouwt u mij,” zei de man serieus. “Als u wilt dat mijnheer Potjes u antwoordt zult u met deze pen moeten schrijven. Hij kan aan de inkt en de manier van schrijven zien met welke pen u hebt geschreven, en als dat naar zijn mening een slechte pen is, keurt hij uw brief geen blik waardig en verdwijnt deze linea recta in de prullenmand.” Bij het horen van de prijs zei ik dat ik dat erg duur vond voor zo een oude pen. Hij wilde hem echter niet voor minder verkopen en na enige aarzeling haalde ik mijn schouders op en gaf toe. Omdat ik al jarenlang klant ben bij Deelenboek en de man graag ter wille wilde zijn kocht ik de pen. Het was zo gezegd geen goedkope aanschaf maar de verkoper verzekerde mij dat hij me veel vreugde zou verschaffen en dat hij jarenlang zou meegaan. Zelf – en hij toonde me een oude, door veel gebruik glad gesleten, vulpen uit zijn vestzak – had hij er een die bijna dertig jaar oud was en die het nog steeds deed. De man liep met me mee tot aan de winkeldeur en adviseerde me de brief in keurige zinnen te schrijven. “Mijnheer Potjes is een taalpurist en gruwt van onbeleefde aanspreekvormen en kromme zinnen.” Thuis zette ik me met mijn aankoop achter mijn bureau en schreef in mijn netste handschrift de volgende regels:
“Geachte heer Potjes,
Onlangs heb ik bij mijn bibliotheek te Zwolle een boek gereserveerd. Het gaat om het boek met de titel “Engel-oog”. De medewerkster van de bibliotheek vertelde me dat het boek als “vermist” in de catalogus staat. Ik moet volgens haar u benaderen voor het opsporen van vermiste boeken. Ik hoop dat u mij hiermee van dienst zou willen zijn.
Met vriendelijke groeten.”
Ik deed de brief in een enveloppe en verstuurde hem per post. Na een week kreeg ik antwoord van mijnheer Potjes.

Naar Thuispagina van: Feuilleton Engel-OogPagina terug naar: Feuilleton Engel-Oog WORDT VERVOLGD.    Naar vervolg: Feuilleton Engel-Oog (2)

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen