Passages uit “Zonnebeke”

Ze keken om toen de stoomtrein het station binnen reed.
‘Daar is je trein,’ zei Peter. ‘Zie ik je over een week in Poperinge?’
‘Als mijn geld op is,’ lachte Michel onbeholpen. ‘Dan kom ik naar Poperinge en ben ik verloofd met een meisje uit de stad.’
Peter keek hem meewarig aan. Michel had altijd grootse plannen maar zelden kwam er iets van die plannen terecht.
De machinist zette de remmen van de locomotief in werking. De wielen knarsten op het spoor en dikke wolken stoom sloegen tegen hun benen. Toen de gillende fluit klonk, dromden de mensen naar de open wagons achter de locomotief.
Michel en Peter liepen naar de twee gesloten wagons. Mannen in pak met de hoed in de hand stonden naast vrouwen met gouvernantes en dienstmeiden en wachtten tot de kruiers de bagage in de trein hadden gebracht. Er werd schuins naar de twee jongens in hun armoedige kleren gekeken.
‘Ik stuur je een kaart als ik er ben!’ riep Michel boven het lawaai van de trein uit en reikte hem de hand. Peter gaf hem een stevige hand en bleef die enkele seconden vasthouden, alsof het een afscheid voor altijd was. Ze keken elkaar aan. Geen van hen had een woord nodig om te weten wat de ander wilde zeggen.
Toen Michel zijn hand terugtrok, bleef er iets in zijn vochtige handpalm plakken. Het was een muntstuk van twintig frank.
‘Vraag niet hoe ik er aan kom!’ riep Peter en duwde hem richting de trein. ‘Je moet gaan, de trein vertrekt!’

Voor kasteel ’t Hooghe, een groot landhuis, werden mortieren van vrachtauto’s op paardenkarren overgeladen. De paarden schraapten met hun hoeven in het grind van het kasteelerf, terwijl soldaten de munitie in de karren legden.
‘Wacht hier op me,’ zei Peter tegen de motorrijder en meldde zich in de drukke hal van het landhuis. Hij werd verzocht op een stoel plaats te nemen. Het kon even duren zei de sergeant, majoor-generaal Lomax was in vergadering. Peter moest dringend naar het toilet, maar bleef op zijn stoel zitten. Pas nadat hij eindelijk het verslag gekregen had en mocht gaan, spoedde hij zich naar het toilet. Toen hij weer buiten kwam, was de motorbestuurder in geen velden of wegen te bekennen. Op dat moment sloeg er een mortier in achter kasteel ‘t Hooghe. De paarden hinnikten in paniek en trapten wild met hun poten in een poging zich van de halsters los te rukken.
‘Er komen er meer!’ riep een langs rennende soldaat. Er was opeens paniek. Iedereen liet spullen uit zijn handen vallen en rende als door een wesp gestoken naar de loopgraaf.
Peter bleef staan, niet wetend waarheen te vluchten. Pas toen hij een duw kreeg en iemand hem toeschreeuwde dekking te zoeken, begon hij te rennen. Hij zag hoe een tweede mortier een groot gat in de zijmuur van het huis sloeg en sprong achter de anderen aan de loopgraaf in. Twee volgende mortieren sloegen in en wierpen zand en steentjes over hem heen. Het gekrijs van gewonde paarden en de angstroep van een man bracht hem uit zijn gebukte houding. Kasteel ’t Hooghe was geraakt door twee voltreffers. De eerste had de zijmuur eruit geslagen en de tweede had een gapend gat in het dak geschoten. De hal met het toilet was in puin veranderd. Het erf lag bezaaid met stukken baksteen, delen van spanten en gebroken dakpannen. Een paard rende rakelings langs hem heen en vluchtte de weg over. De motor, die naast het kasteel had gestaan, hing als een stuk speelgoed in een boom. Op de grond lagen gewonde mannen. Iemand riep om een dokter, een ander lag op zijn rug en keek met een stille blik naar de blauwe hemel. Peter pakte hem bij zijn schouders en hielp hem overeind. Het hoofd viel opzij en een groot donkerrood gat in zijn schedel werd zichtbaar. Hij werd weg geduwd door een man van het Rode Kruis die de dode man met een andere verpleger optilde.
Een officier met een bloedende snee op zijn hoofd drukte hem een schep in de hand ‘Help mee de mannen uit te graven!’ riep hij en wees naar het ingestorte dak. ‘Er is geen tijd te verliezen! Elke seconde telt!’

‘We zullen die Duitsers eens een poepje laten ruiken,’ zei Anthony toen hij plaatsnam in de achterste kuipstoel. ‘Maak je riem vast Michel, we gaan.’
De propeller werd door een mecanicien aangetrokken en pruttelend sloeg de motor aan. Het geluid was Michel na zoveel maanden vertrouwd geworden. Hij kon aan de motor horen of hij goed draaide en dat was het geval. De geur van verbrande kerosine drong hinderlijk in zijn neus, daar kon hij maar niet aan wennen. Hij schoof de bril voor zijn ogen en keek toe hoe de twee wielblokken werden weggetrokken. Zijn oog viel op het machinegeweer dat op de kop was gemonteerd. De presentatievlucht was bedoeld om een stilstaand doel te raken. Moest hij op het doel schieten? Zijn schietervaring met de mitrailleur was mikken op een houten plank op twintig meter afstand, je kon niet missen. Vanuit een vliegend toestel was dat veel moeilijker. Anthony gaf gas en stuurde het vliegtuig naar de startbaan.
Michel hield met zijn handen de rand van de kuip vast. Hij voelde zich meer gespannen dan anders, waarom wist hij niet. Het zou een testvlucht als alle andere zijn, had Anthony hem in Schwerin verteld. Op zijn vraag waarom de vlucht aan het front plaats vond, had hij geantwoord dat de Duitsers hem in actie wilden zien. Dat de kroonprins van Beieren erbij was, was geweldig had hij gezegd. Een grote order lag in het verschiet, als de keizer ervan hoorde. Hoe Anthony de werking van de Stangensteuerung aan de militairen beneden op de grond zou laten zien, was hem een raadsel. Er stond geen grote plaat of een oud vliegtuig als doel op de grond. Hij zou het wel zien. Zijn chef kennende had die vast iets bedacht.

‘Volgens mij wil juffrouw Breitke met je dansen Michel,’ zei Oswald. Hij gaf Michel een schop tegen zijn been. Die was goed raak en Michel schoot omhoog.
Michel stond op. ‘Ilse, zou je misschien met mij willen dansen?’ vroeg hij met het schaamrood op zijn kaken. Ilse moest de schop onder de tafel hebben gezien. Hij had geen andere keus om zich hier zonder nog meer gezichtsverlies uit te redden. Dansen kon hij niet, maar hier met haar bij een halfdronken Oswald blijven zitten was nog erger.
Ze knikte met haar hoofd. ‘Ja, dat wil ik wel.’ Ze stak haar arm uit.
Michel pakte haar pols beet en leidde haar tussen de tafeltjes door naar het dansterrein voor het podium. Hij keek even om naar Oswald, die teruggrijnsde. Op het moment dat ze het podium met het orkest hadden bereikt, begonnen de muzikanten een Weense wals van Strauss te spelen. Michel greep Ilse met een hand bij haar heupen, zoals hij bij de paren op de boerenkermis in Zonnebeke had gezien.
‘Niet zo,’ legde ze met een glimlach uit, ‘maar zo,’ en schoof zijn hand naar haar middel. ‘En de andere hand in mijn hand, ja zo. Goed, nu op de muziek bewegen. Ja, draai maar mee.’
Zo dicht tegen haar aan had Michel amper de tegenwoordigheid van geest om te luisteren naar haar aanwijzingen. Hij keek in haar stralende gezicht, naar het blonde haar dat bij elke draaiing rond haar hoofd zweefde.

Rillend van de kou werd Peter wakker. Het was donker en de regen was gestopt. Zijn armen deden pijn en zijn keel deed zeer. Hij wilde zich omhoog drukken en besefte toen pas waar hij was. Het water was tot zijn middel gestegen en de modder drukte als een blok op zijn benen. Ergens klonk gekreun en hij hoorde iemand dichtbij mompelen. Peter tastte met zijn handen naar de rugzak die half in de modder stak. Hij trok hem er uit, trok hem op zijn buik en probeerde de rits te vinden. Hij pakte zijn knijpkat uit de binnenzak van zijn uniform, bedacht zich en stopte hem terug. Als hij licht maakte, kon de mitrailleurpost van de Duitsers hem misschien horen of het lichtje zien. Met zijn zakmes sneed hij door modder en canvas en vond het koude metaal van de veldfles. Het water deed hem rustiger ademen.
Af en toe een slok nemend, probeerde hij de geluiden om zich heen te herkennen. Water gorgelde in geultjes door de modder en pootjes trippelden langs zijn hoofd; hij voelde de vacht van een rat tegen zijn wang. Hij sloeg met zijn hand naar het beest. Het gekreun was opgehouden. Een stem riep naar de mompelende man. De Duitsers bleven stil.
Hoe lang hij zo in de nacht had gelegen en of hij weer in slaap was gevallen wist hij niet, maar opeens klonk er vlakbij gesnuif en gehijg. Hij kon het geluid eerst niet thuis brengen. Was het een gewonde Engelsman die naar hem toe kroop of was het een Duitser? Hij tuurde angstig in het duister naar waar het geluid vandaan kwam en zag opeens twee kleine ogen opdoemen.

Lees, beleef en ervaar mooie verhalen